Einddatum uitfasering koudemiddel R22 nadert
Bent u als eigenaar of vastgoedmanager voorbereid? Anticipeer nu!
Sinds 2010 wordt door de Europese en nationale overheid een uitfaseringsbeleid gevoerd voor R22, een chloorhoudend koudemiddel in koel-, vries- en airconditioningsinstallaties. Per 1 januari 2015 geldt een algeheel bijvulverbod op R22. Het is dan niet langer toegestaan om installaties met R22 bij te vullen, al mogen de installaties met R22 nog wel in bedrijf blijven. Dat dit consequenties heeft voor de eigenaren van deze installaties is duidelijk. Maar wat is uw installatiegerichte strategie voor de uitfasering van R22 als eigenaar of vastgoedmanager? De laatste mogelijkheid om hierop begrotingstechnisch te anticiperen is nu!
Niets doen
Geen actie ondernemen is een reële mogelijkheid, die in sommige gevallen verdedigbaar is. In dit geval wacht u tot de huidige assets als gevolg van een defect onvoorzien vervangen moeten worden. Gezien de verwachte grote vraag naar retrofitten of vervanging is het mogelijk dat de prijzen hierdoor (gaan) stijgen. Het is hoe dan ook vrij zeker dat het afvoeren van oude installaties mét R22 kostbaar is. Er is namelijk geen markt meer voor gerecycled koudemiddel. Tot medio 2014 is deze er waarschijnlijk nog wel, zij het beperkt. Omwille van de continuïteit kan het nodig zijn om bijvoorbeeld koelunits te huren ter overbrugging van de levertijd.
Retrofitten
Bij retrofitten wordt de bestaande installatie afgepompt, wordt het oude koudemiddel afgevoerd en vervangen door een nieuw middel, vaak R134a. Technisch is retrofitten mogelijk. Aangezien de kosten voor een retrofit 30 tot 50% van de vervangende aanschafprijs bedragen, is het de vraag of dit interessant is. Door andere fysische eigenschappen ten opzichte van R22 zal het vermogen van de koelinstallatie met 35% afnemen. Het rendement blijft echter gelijk. Aandachtspunten zijn de garantie op de bestendigheid van de pakkingen tegen synthetische olie. Dit betekent een risico op lekkages en daarmee op extra servicekosten. Gezien de resterende levensduur van R22 installaties (minstens 13 jaar oud) is dit een aanzienlijke investering, die over een korte periode (2 à 3 jaar) moet worden afgeschreven, omdat de installatie dan als nog vervangen moet worden.
Stijgende vraag naar retrofitten of vervanging
Voortijdig vervangen betekent een meerinvestering voor de onderhoudsbegroting. Daar tegenover staat een aantal exploitatievoordelen, die ertoe kan leiden dat deze kosten uiteindelijk een nuttige investering blijken: Nieuwe installaties zijn iets efficiënter en vervanging levert ook een verbetering op van de technische conditie van de installaties én van de periferie, zoals kabels en appendages. Dit komt tot uiting in lagere energiekosten, minder storings- en faalkosten en een verhoging van de (brand)veiligheid.
Hiervoor is te zien dat er op dit moment nog in zekere mate keuzevrijheid is. Kort samengevat komt het op het volgende neer:
- Vervanging is op middellange termijn altijd de meest duurzame oplossing. Belangrijk aandachtspunt daarbij is welke zekerheden er zijn met betrekking tot de toekomst: Als het object binnen 2 à 3 jaar wordt afgestoten, dan is investeren in nieuwe apparatuur alleen interessant als het de verkoopbaarheid verhoogt.
- Direct na vervanging komt retrofitten. Geeft minder zekerheid, maar is initieel ook goedkoper. Over de resterende levensduur kost dit uiteindelijk altijd meer. Ook blijft er een aantal onzekerheden ten aanzien van de bedrijfszekerheid. Retrofitten is alleen verdedigbaar als u tegen minimale initiële kosten toch zoveel mogelijk zekerheid voor de komende twee jaar wilt ‘kopen’.
- Niets doen kan bij uitzondering een logische keuze zijn, wanneer uw vastgoed binnen afzienbare tijd wordt gesloopt of volledig wordt herbestemd. Belangrijke voorwaarde is dat er geen strikte eisen zijn met betrekking tot continuïteit en leveringszekerheid. U neemt in dit geval het risico dat de installatie stuk gaat vóórdat het gebouw buiten gebruik is.
Na 1 januari 2015 wordt een stijgende vraag naar retrofitten of vervanging verwacht, omdat er op dit moment nog nauwelijks wordt geanticipeerd op de komende regelgeving. Er wordt dan ook een capaciteitstekort voorzien. Dit zal een prijsverhogend effect genereren. Daarom is het zaak om - wat de status ten aanzien van R22 in de installaties van uw objecten als eigenaar of vastgoedmanager ook is - nú een standpunt in te nemen aan de hand van bovenstaande afweging. Op die manier bent u in control voor de toekomst!
R22 koudemiddel laten vervangen?
Op de kenplaat op het buitendeel van uw airco installatie kunt u zien of uw installatie op R22 draait. U kunt ook een NVKL-installateur van Aircotech raadplegen. De NVKL-erkende installateurs zijn specialisten op dit gebied en kunnen ondernemingen helpen met een duurzame en energiezuinige oplossing.
Wees er op tijd bij en vraag Aircotech Klimaattechniek om advies.
Auteurs: Ing. Rob Linssen, Asset- / Technical manager CREI Benelux, Bouwfonds Investment Management en Ing. Wilfred van der Plas, manager Insight, DWA. Beide auteurs zijn lid van de Vakgroep Technologie van NeVaP (Nederlands Vastgoedexploitatie Platform) en schrijven dit artikel op persoonlijke titel.
Bron: NeVaP - 23 oktober 2013
![]() |
![]() |
Direct contact
Komt u er niet helemaal uit of heeft u nog vragen? U kunt op werkdagen ook altijd telefonisch contact met ons opnemen!






